bouwsels

Ik maak bouwsels. Zo noem ik ze. Het maakt delen in mijn ontwerp- of denkproces concreet en tastbaar. Ze zijn geëxposeerd in de Pijpenfabriek in Aalten tijdens Septemberkunst 2015. Erg leuk en vraagt om meer.

 

bouwsel 0 frontaal lr

Bouwsel 0 (2006-2015). Waterpomp - in concept. De rotatie van de molens gaan over in een translatie van de zuiger. Proefondervinderlijk bouwen.

bouwsel 0 zijaanzicht

Bouwsel 1 (2010). Een schematische model van een stoomturbine. De stoomturbine is een studie naar  lowtech en de toenemende ingewikkeldheid van huishoudelijke apparatuur. Nieuwe apparaten met nieuwe technologie worden op de markt gebracht, terwijl het doel van het apparaat in veel gevallen hetzelfde blijft. Is het vernieuwen om het vernieuwen? Dit kan niet eeuwig doorgaan. bouwsel1_schets.

IMG_2001

Bouwsel 2 (2012). Ingewikkeldheid en harmonie. De maten van het object zijn afgeleid van het matenstelsel van Dom Hans van der Laan. Het is opgebouwd uit 4 opklapbare delen die overeenkomen met, zoals hij ze noemde, de blanke vormen. Deze vormen zijn geen staven, blokken of schijven maar vallen daar precies tussenin. Het zijn de neutrale - zeg harmonische - grondvormen.  De binnenkant van het object is daarentegen voorzien van touwtjes, katrollen, schroefjes en stof. Het oogt druk en erg ingewikkeld (zie ook bouwsel 1) . De binnen- en buitenkant vormen een soort tegenstelling: harmonie en ingewikkeldheid. Uit het object steekt een turbine (of molen (bouwsel 1)) dat in dit geval functioneert als een soort sleutel. Als de molen in gang wordt gezet, gaat een mechaniek werken dat de 4 blanke vormen met een eenluidig geluid laat dichtklappen. Ingewikkeldheid verdwijnt en harmonie verschijnt.

IMG_2004

 

bouwsel 3 gesloten

Bouwsel 3,  2013. Lagen. De ingewikkeldheid van de binnenkant wordt verhuld door diverse lagen die elk een eigen associatie en betekenis hebben: het dadaïstische  werk van Man Ray "het raadsel van Isidore Ducasse", de Bruder Klaus Kapel in Wachendorf van Zumthor en de ingewikkeldheid van de binnenkant (zie ook bouwsel 1 en 2). Een mechaniek met touw en katrollen brengt de 2 gestoffeerde vleugels opnieuw bijeen. De vorm sluit zich. Laag over laag. De harmonie keert terug maar ook het verlangen om weer open te maken.

bouwsel 3 open

 

 

bouwsel 4_detail

Bouwsel 4 (2014). Het object is een studie naar minimaaloppervlakten en de optimale invulling van een 2D oppervlak en een 3D ruimte. Het grondvlak wordt bedekt door hexagonalen die met stof zijn bekleed. Daarboven hangt als hun 3D tegenwicht, met een bewust te complex gefabriceerde ophangconstructie, een cluster van tetradecaëders (Kelvincellen) van multiplex en papier-maché.

bouwsel 4

 

 

bouwsel 5

Bouwsel 5,  2014. Ode aan en afscheid van de tetradecaëder (Kelvincel) . Weaire en Phelan hebben in 1993 een 3D ruimte invulling gevonden dat nog efficiënter is dan de tetradecaëder.  Deze bestaat echter niet uit een object maar uit 2 gelijkvormige objecten. Het onderzoek gaat door. Er zullen nog efficiëntere structuren worden gevonden. Zij zullen bestaan uit meervoudige objecten. Waar vinden we de voorbeelden hiervan in de natuur?  

bouwsel 5 _achterkant