Ruimtevorming door clustering

Posted on Posted in 3. adaptieve evenwichtsvormen
Ruimtevorming door het principe van klustering van ruimtes (door lokale interactie van ruimtes en zwermvorming).

Een ruimte is een 3 dimensionale bolvormige ruimte rondom een mogelijke gebruiker. De afmetingen van de bol hangt af van de functie en/of het uitgangspunt van de gewenste beleving van de ruimte. Een aantal van dit soort ruimtes bij elkaar vormen een schakeling van bolvormige ruimtes van diverse afmetingen. Dit cluster lijkt sterk op een complex van zeepbellen. Zeepbellen vinden door oppervlaktespanning een energetisch optimaal oppervlakte/volume. De Duitse architect Frei Otto, bekend van het Olympisch stadion in München (1972) heeft diverse vormen onderzocht en uitgevoerd. De bolvormige ruimten liggen niet lukraak naast elkaar. Elke ruimte heeft een functionele verbinding met een ander.

Uitgangspunt:
Ruimten met een vergelijkbare functie zoeken elkaar op. De regels hiervoor zijn eenvoudig en het aantal is minimaal. De ruimten reageren alleen op lokale aspecten. In een ruimte bestaat geen wetenschap van de overkoepelende structuur.

De clusters kunnen echter niet oneindig groot worden. Hiervoor bestaat een limiet. De aard van deze limiet is een beperking van daglicht, van facilitaire voorzieningen, toiletten e.d.. Hoe groter het cluster hoe groter de kans dat er op een andere plek een nieuw cluster ontstaat (een nieuwe groeikern).

In de onderstaande afbeelding zie je de klustering van 2 verschillende soorten ruimten (oranje en blauw). Links onderin heeft de oranjesoort een cluster gevormd met daarin een open ruimte. Rechtsboven heeft de blauwe ruimtesoort zich in een openruimte tussen de oranje soort kunnen nestelen.
rv_clustering