Ruimtevorming en architectuur

Posted on Posted in 4. adaptieve architectuur
Architectuur is gericht op het creëren van ruimtelijke vormen in een stedenbouwkundige of landschappelijke context. De ruimtelijke vorm heeft als object zodoende in zijn context  een eigen functie. Het object is een buitenvorm. De binnenruimte is de ruimtelijke vorm van de ruimte die een waarnemer binnen in dit object waarneemt. Om deze ruimte gaat het me. De vorm van deze ruimte wordt bepaald door de wens / intentie van de gebruiker(s).

Een gebruiker is op de eerste plaats een waarnemer. In het boek An ecological approach to visual perception beschrijft J.J. Gibson hoe visuele waarnemers diepte kunnen waarnemen. Diepteperceptie volgt uit het oppikken van cues door het visuele systeem uit de fysieke buitenwereld. Voorbeelden zijn bewegingsparallax, occlusie en perspectief. De fysieke wereld heeft zogenoemde affordances (passende eigenschappen) die cues leveren van de diepte van de ruimte en geven informatie over de schaal van de objecten t.o.v. elkaar en de waarnemer.  …..

Een belangrijk uitgangspunt is dat een waarnemer altijd actief waarneemt. Er is altijd beweging nodig om te kunnen waarnemen. Beweging zorgt voor een steeds andere projectie op het netvlies. De steeds veranderende input voor het visuele systeem is de feitelijke informatie, niet de input an sich. Er zijn experimenten bekend waarin dit duidelijk wordt. In een experiment zijn de oogbollen en het hoofd van een proefpersoon gefixeerd. Hierdoor blijft de projectie van een object op het netvlies identiek. Na enkele seconden neemt de proefpersoon niets meer waar. Dieren die geen beweegbare oogbollen hebben, bewegen het hoofd en het hele lichaam. Duiven en kippen, bijvoorbeeld, bewegen hun kop en romp op een neer om diepte te kunnen waarnemen.

J.J. Gibson introduceerde tevens het begrip optic flow. Optic flow is het continue bewegende visuele veld met het oog van de waarnemer in het middelpunt. Je kunt het zien als een bolvormig projectievlak met bewegende beelden rondom de waarnemer. Later abstraheerde Koenderink de geprojecteerde beelden (objecten met een bewegingsrichting en snelheid) tot vectoren op een bolvormig oppervlak. De vervorming van dit vectorveld geeft informatie over de eigenbeweging van de waarnemer.
OpticFlowBird
Dit bolvormige vectorveld of optic flow veld is het meest elementaire deel van een binnenruimte. De gebruikers is naast waarnemer ook gewoon gebruiker. Hij heeft een intentie met zijn omringende ruimte. Zonder intentie is de binnenruimte bolvormig. Met intentie vervormt de bolvormige binnenruimte naar een vorm die past bij de intentie.

Een voorbeeld.
Een persoon heeft als gebruiker de intentie om samen te werken met andere gebruikers. Bijvoorbeeld een flexwerkplek in een kantoor. Om te kunnen flexwerken heb je geen hoge ruimte nodig. Het overleg vindt horizontaal plaats. De intentie zal de bolvormige ruimte iets indrukken tot een rugbybal. De binnenruimte van andere gebruikers zullen raken / overlappen aan die van andere. Deze zullen tot een cluster samengaan. Dit beschrijf ik een andere post (ruimtevorming door clustering).
Als een gebruiker de intentie heeft om in een besloten maar grote ruimte te bevinden om een samenhorige beleving te kunnen ondergaan, zoals in een kerkgebouw, vervormt de binnenruimte van smal onder tot breed van boven (een soort trompetvorm). Ook deze binnenruimte smelt samen met de binnenruimte van andere gebruikers. De totale (objectieve) binnenruimte is daarmee een clustering van diverse individuele binnenruimten. De objectieve binnenruimte wordt begrensd door materiaal. De structuur van dit materiaal is de Kelvincell. De Kelvincell is een 3d element dat heel efficiënt de fysieke ruimte invult. Het element kan eenvoudig worden weggenomen of aangevuld. Hierdoor is dit materiaal heel plastisch. Hier kom ik later in een andere post op terug.